Hoe zag de therapie er voor mij uit? Voor mij was het belangrijk dat ik leerde om te durven stotteren. Mijn angst om te gaan stotteren was namelijk zo groot geworden, dat ik het al ging vermijden wanneer ik ook maar een beetje het gevoel had dat ik misschien zou kunnen gaan stotteren. Ik had dan ook een hele verzameling aan trucjes om het stotteren zoveel mogelijk te voorkomen die ik met regelmaat toepaste. Zo gebruikte ik synoniemen, bouwde zinnen om en ook best wel vaak hield ik mijn mond maar, om te voorkomen dat ik zou gaan stotteren. Een op-en-top vermijder was ik dus.
In de therapie heb ik geleerd waar deze angst voor mij vandaan komt en kreeg ik opdrachten om deze angst aan te pakken. Het accent voor mij lag er vooral op om de confrontatie met mijn stotters aan te gaan en ondanks mijn angst toch te gaan stotteren. Zo moest ik opzettelijk gaan stotteren en/of echte stotters niet meer vermijden. Hoe vaak ik dat per week mocht doen, werd in overleg vastgesteld of ik besliste dat zelf. De opdrachten vond ik niet altijd even gemakkelijk om uit te voeren, maar ik besefte dat dat erbij hoort om van die angst af te komen. Beetje bij beetje ging ik vooruit. Zo durfde ik steeds meer te zeggen, ontweek ik steeds minder (mogelijke) stotters en ook het doorgaan van een stotter werd steeds wat minder akelig. De groepstherapie die naast de individuele therapie wordt gegeven, heeft daar nog een extra, positieve bijdrage aan geleverd.
Wat heb ik dan al met al aan mijn therapie gehad? Ik merk dat door deze therapie mijn houding ten opzichte van mijn stotteren is veranderd. Vóór mijn therapie had ik heel veel stotterangst, maar nu na de therapie heb ik daar veel minder last van. Ik kan het stotteren nu beter relativeren, waardoor ik het niet meer zo heel erg vind dat ik stotter. En ik merk dat deze verandering zijn weerslag kent op mijn hele leven. Stotteren is niet erg en deze gedachte geeft zelfvertrouwen en ook vooral rust. Ook vele drempels die ik vroeger ten opzichte van mijn stotteren ervoer over zowel het heden als de toekomst, zijn nu grotendeels verdwenen en ook dat geeft ook een heel fijn stukje rust en (zelf)vertrouwen.